Spin heeft zich verstopt. Vanuit haar hoekje aan het plafond kijkt ze naar beneden. Daar loopt Muis. Muis trippelt op haar korte pootjes langs de muur naar de voordeur. Muis kan best hard lopen. Ik denk dat ze buiten gaat spelen, denkt Spin. Spin wil ook naar buiten.

Langzaam laat ze zich vanaf het plafond naar beneden zakken. Tot ze aan een lange draad vlak voor de neus van Muis hangt. Muis staat stil. Haar snorharen trillen. Hallo, zegt Spin. Ga je buiten spelen?

Muis kijkt naar Spin. Ze zegt niets. Muis kent Spin, Spin doet niks. Voorzichtig tikt Muis met haar snorharen tegen Spin aan. Dat vindt Spin niet erg. Het kietelt wel een beetje. Mag ik mee naar buiten?, vraagt ze. Muis knikt. Spin mag mee.

Spin glijdt langs haar draad naar beneden en trippelt achter Muis aan naar buiten. Ze heeft moeite om Muis bij te houden. Gek is dat, denkt Spin. Muis heeft maar vier voetjes om op te lopen en toch gaat ze hard. Spin krijgt het er warm van.

Buiten schijnt de zon. Muis trippelt over het paadje naar de tuin. Ze weet waar ze heen wil. Af en toe steekt ze haar neus in de lucht. Het lijkt alsof ze de zon met haar snorharen wil aanraken. Spin heeft geen snorharen. Maar ze is blij met de zon.

Ik ga me nu verstoppen Muis!, roept Spin. Kom je me zoeken? Muis geeft geen antwoord. Ze trippelt door de tuin naar de rozenstruik. Spin kijkt om zich heen. Ze twijfelt. Waar kan ze zich voor Muis verstoppen? De tuin is groot. Spin wil niet verdwalen.

Dan krijgt ze een idee. Ja, denkt Spin, dat ga ik doen! Ze draait zich om en trippelt naar binnen. Naast de voordeur hangt haar draad. Ha!, denkt Spin, dat komt goed uit! Behendig klimt ze langs de draad omhoog. Terug naar het plafond. Vanuit haar hoekje kijkt Spin naar beneden. Ze is tevreden. Hier vindt Muis haar nooit!