Oude zool (2)
Ik ben hip. Echt waar. Ik lees de ELLE, ik weet wat mode is. Wat in is, of ‘in style’, om ook mijn internationale oriëntatie op de wereld van uitdagend design en blinkende dingetjes maar eens te benadrukken. En ik heb het in mijn kast hangen. Ja heus, voor iemand die naast het dagelijkse groengevlekte en vooral praktisch vormgegeven werktenue (one size fits all, dan weet u genoeg) en de weliswaar technisch zeer hoogstaande maar nimmer bijster spannende hardloopkleding nog ongeveer anderhalve dag per week overhoudt voor wat u ‘gewone kleding’ zou noemen, ben ik zelfs ruim voorzien in de labeltjes en logootjes. Ik ben niet zomaar hip, ik ben megahip!
Althans, dat dacht ik. Tot ik, koud drie weken terug uit de USA waar ik naast een enorm gaaf zomerjack van Stella McCartney (u weet wel, die van die zanger), een kekke handtas met roze puppyprint (had ik die nodig? uhm...nee, maar hij is wel leuk) ook een paar zeer aanwezige knalrode Portugese pumps (yes, I know) heb weten te scoren, in mijn woonplaats de hardloopwinkel binnenstap. Gewoon om even gedag te zeggen. Tegen de man. Die daar werkt. En dat ging ongeveer zo: “Hé, kom je even kijken?”. Nee, gewoon gedag zeggen. “We hebben nieuwe hardloopkleding binnen”. Ik heb niks nodig. “ Hele mooie”. Ik heb niks nodig. “Oranje?”. Lieve schat, ik heb echt niks nodig. “O... Ooh, maar wacht! Dit moet je wel zien!”
En daar stonden ze. Groot en log en lelijk. Dikke zolen schoenen. Oude zolen schoenen. Maar met de man er op zijn allerstralendst naast. “Wil je ze proberen?”. Auw! Uhmm…nou eigenlijk… Dan wijst mijn lief vol enthousiasme naar zijn eigen voeten en kijkt me vragend maar met een grote grijns aan. En toen, beste mensen, toen ben ik gezwicht. Tegen zoveel welgemeende spontaniteit kon ik geen nee meer zeggen. Ik ben gezwicht en heb ze aangetrokken. Gepast. Er een rondje door de winkel op gelopen. Er voor de spiegel mee gestaan. Er kritisch naar gekeken. Toen de bijbehorende folder in alle drie de talen minutieus doorgelezen en een tweede rondje gelopen. Nog een keer in de spiegel gegluurd. Om uiteindelijk de hamvraag te stellen: ‘werkt het?’
De man gelooft dat het werkt. En dus neem ik de gok. Onder mijn wijd uitlopende zwarte trainingsbroek vallen de zwarte schoenen met dikke zolen bijna niet op. Ik neem de route om de wijk heen, door het buitengebied. Op een enkele wandelaar met hond na, kom ik niemand tegen. Ik stap stevig door. Terug in mijn straat fietst een hippe buurjongen quasi nonchalant langs. “Mevrouw!” Ja? “Zijn dat speciale schoenen?” Ja. “Voor de sport?” Ja, voor de sport. “Goed zeg!” Wauw! Ik hou van mijn buurjongen. Ik ben dol op mijn echtgenoot. En wat die oude zolen betreft: ach, wie de schoen past…