Muis
Poes ligt in de vensterbank. Ze slaapt. En ze droomt. Haar mondhoeken krullen tevreden omhoog. Het zijn vast fijne dromen, denkt Muis, die vanuit haar holletje in de woonkamer naar Poes kijkt.
Muis is blij dat Poes slaapt. Niet omdat ze bang is voor Poes. O nee. Muis is voor niemand bang. Maar ze is wel voorzichtig. Want met Poes weet je het maar nooit.
Wat Poes droomt? Muis weet het niet. Muis weet niet waarover Poezen dromen. Misschien over kaas. Of over koekkruimels op het tapijt. Want dat zijn wel fijne dromen, denkt Muis.
Muis sluipt haar holletje uit. Onder de tafel in de woonkamer blijft ze staan. Ze kijkt omhoog, naar de vensterbank. Poes slaapt nog steeds. Heel rustig ademt ze in en uit. Ze beweegt bijna niet.
Wat zal ik doen? Muis fronst haar wenkbrauwen. Ze denkt heel diep na. Bijna zo diep als de rimpel die haar voorhoofd siert. Dan krijgt ze een idee. Een lach verschijnt op haar grijze snoet.
Ik leg een knoop in de staart van Poes, denkt Muis. Heel zachtjes zodat ze het niet merkt. En ik rijg mooie gekleurde kralen aan haar snorharen. Rode en groene kralen. Glimmende en gespikkelde. Muis doet haar best om niet hardop te lachen.
O! En een strik om haar nek, glimlacht Muis ontdeugend. Een grote roze strik. Met een belletje er aan, zodat ik het hoor als ze er aan komt. Muis kijkt naar Poes. Gekke Poes, denkt Muis. Ze is blij.
Zou Poes blij zijn met een strik om haar nek? Met een knoop in haar staart en gekleurde kralen in haar snorharen? Ook dat weet Muis niet. Maar dat maakt niet uit, denkt Muis. Het gaat om het idee, om wat er allemaal zou kunnen.
En dus denkt Muis nog heel even aan alle stoute dingen die ze zou kunnen doen. Maar ze doet het niet. Nee, denkt Muis, want Poes slaapt. Ze staat op en trippelt heel stilletjes onder de tafel door de kamer uit.
Muis is voor niemand bang. En zeker niet voor de Poes die slaapt. Muis weet wat ze gaat doen. Muis gaat buiten spelen.