Loopbaan
Sport dus. Ja, daar hou ik van. Een beetje bewegen, lekker buiten, de zinnen verzetten. In die volgorde. Leuk! En ook carrière dus. Want ja, daar streef ik naar. Een beetje nadenken, lekker doorwerken, het staand beleid verzetten. In die volgorde. Fijn! Dus mijn ideale baan is de baan waarin sport en carrière verenigd worden. Waarin ik, anders gezegd, ruimte heb om zowel in mijn sport als in mijn functie door te groeien. En dat maakt mij de ideale werknemer. Excuus: werkneemster. Want juist van vrouwen wordt in dit decennium een extra inspanning verwacht op het gebied van werk en sport.
Ik zal dat uitleggen. En wel zo: volgens het Ministerie van VWS (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) bewegen wij Nederlanders te weinig en worden we te dik -vrouwen meer dan mannen-. Daarom heeft de overheid het Nationaal Actieplan Sport en Bewegen opgezet, die als doel heeft mensen te verleiden tot een actieve leefstijl waarin dagelijks bewegen de norm is. Want, zo schrijft het Ministerie op haar website, als iedereen regelmatig zou sporten en bewegen, zouden we ons fitter, gezonder en mentaal beter voelen. Om die blijde boodschap kracht bij te zetten, heeft het VWS zelfs een aantal topsporters en een trainer gevraagd om op te treden als sportambassadeur. It takes one to know one, tenslotte.
Een deur verderop in het Haagse politieke onderkomen, maakt het Ministerie van OCW (Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen) zich al enige tijd sterk voor de groei van het aantal vrouwen in topposities. Nu is het percentage vrouwen in de raden van bestuur van de 100 grootste bedrijven minder dan 3%. En dat, schrijft de Rijksoverheid met een welgemeende snik in haar pen, is werkelijk te betreuren. Het charter ‘Talent naar de Top’, het Aspasia-programma en het Ambassadeursnetwerk zijn dan ook maar een paar van de vele initiatieven die de overheid heeft gelanceerd om aan deze ongewenste praktijk een voortijdig einde te brengen.
Dus ik bedoel maar: kat in het bakkie! Tenminste, dat zou je denken. Want in de praktijk blijkt het beleid van beide ministeries moeilijk met elkaar te combineren. Sterker nog: het lijkt te bijten. Je kunt niet én Nederlands kampioen én minister-president worden, is de heersende gedachte. Je moet kiezen: het is of het een of het ander. En dat vind ik zo jammer. En zo verschrikkelijk Nederlands. Want laten we eerlijk wezen: dit hadden de Romeinen echt een heel stuk beter begrepen toen ze hun Actieplan Sport en Bewegen middels de –blijkt nu historische- oneliner ‘anima sana in corpore sano’ door een niet nader genoemde buitenlandse sandalenmaker sponsoren lieten. En logisch ook, want vrij vertaald staat er niets anders dan ‘hogere productie én minder ziekteverzuim’. Tel uit je winst! Echt, hoe actueel kun je zijn?
Ik hou dus vol. Er is hoop. Zeker met de verkiezingen in het vooruitzicht en in de wetenschap dat onze eigen nationale tennisheld zeer nadrukkelijk heeft mogen meeschrijven aan het aanvalsplan dat een van de grotere politieke partijen heeft opgesteld om de sportparticipatie van de dichtgroeiende Nederlander te vergroten. Of zoals Krajicek het zelf verwoordt: ‘(omdat) sport een belangrijk onderdeel van de samenleving (is) waar je heel veel mee kunt bereiken.’ En zo is het maar net. Een gezonde, productieve geest in een gezond, productief lichaam. Mijn geest, mijn lichaam. En, het woord zegt het al- mijn loopbaan.