Liever lopen
Nee, ik ben geen topatleet. Nooit geweest ook, en de hoop op een Olympische medaille heb ik –voor zover die ooit als ijdele ambitie in mijn narcistisch onderbewustzijn gesluimerd heeft- al definitief naar het rijk der fabelen verwezen. Gaat hem niet worden. Vette pech. Of niet, want als het er op aankomt heb ik ook helemaal geen grote dromen nodig om de loopschoenen aan te trekken en de deur achter mij dicht. Ik loop toch wel. Weer of geen weer, zon of geen zon, regen of een heuse hemelbreuk. Pet op, jack aan: gaan! Thuis kunnen we wel weer douchen.
En met die mindset heb ik mijzelf ook nooit als serieuze atleet gezien. Oke, ik heb een trainer. Een goeie ook, waar ik echt wat aan heb en goed naar probeer te luisteren (“Hoog blijven! Middenvoet! Arminzet! ” en “Rust is ook echt rust, Annelies!”). En ik loop –even tellen- toch eigenlijk wel echt zes keer per week. Plus de drie tot vier keer rompstabilisatie die ik op het matje boven doe, want dat telt ook voor sport toch? Oja, en ik wandel, op die anti-schoenen, in totaal nog zeker anderhalf uur per week. Hmmm…hoe serieus dacht ik als sporter ook alweer te zijn…?
Ik heb er even tijd voor nodig gehad. Tijd om te wennen aan het idee dat ik misschien toch wel een sporter ben. Geen topsporter, geen Olympisch kampioen, en zelfs geen serieuze kandidaat voor een plaatsje op het podium van welk willekeurig NK dan ook, maar wel een sporter. Een loper. Een atleet. Een echte atleet. Eentje tegen wie -op het eigen niveau -toch heel aardig in de wedstrijd gestreden kan -en mág- worden. Want kijk, fanatiek ben ik altijd geweest. In alles. En overal. Ik wil winnen en hou van het spel, maar dat is iets anders dan jezelf daarin ook serieus nemen. Durven nemen. En er vervolgens naar handelen.
Want dat handelen, daar gaat het om. Ik hou van het lopen, ik hou van de race en ik durf mijzelf, ongeacht welk niveau ik ooit -of nooit- bereiken zal, ruim tien jaar na mijn eerste beginnersschema, als loper serieus te nemen. Ik word er gelukkig van namelijk, van lopen. Blij. Tevreden. En dus ga ik nu toch een beetje doen wat een topsporter doet. Dromen. Investeren. Genieten. Méér sporten, maar ook: meer rusten (want ja, “rust is echt rust, Annelies”). En omdat het ergens vandaan moet komen, ga ik dus minder werken. De keuze is gemaakt, de knoop gehakt en de veters tweedubbel gestrikt: laat de wereld haar carrière maken, ik ga veel liever lopen!