Kinderen neem je
"Kinderen neem je niet, die krijg je", is mij al enkele malen vermanend toegesist. Het wonder van de conceptie en de door het lijf gierende hormonen van de zwangere of broedse vrouw, doet klaarblijkelijk vergeten welke daad sinds het begin der tijden aan iedere zwangerschap ten grondslag ligt. De geslachtsdaad welteverstaan. En dat is niet alles. Veel vrouwen controleren tegenwoordig al voor ze met de pil stoppen of ze een verhoogd risico op erfelijke afwijkingen lopen en slikken uit voorzorg foliumzuur, om zo de kans op een gezond kind zo groot mogelijk te maken.
Dat begint in mijn ogen toch al heel aardig op een planning te lijken. Een projectje. Je besluit dat je een kind wilt, kiest de geschikte man om het kind mee te willen, laat je voorlichten, stopt met de pil -of welke andere vorm van anti-conceptie je tot dan gebruikte-, slikt keurig de voorgeschreven hoeveelheid vitaminen en mineralen, regelt tussen neus en lippen door ook alvast de inschrijving voor crèche en peuterspeelzaal (want ja, die wachtlijsten hè...) en duikt vervolgens de koffer in. Simpel? Ja. Effectief? Ook. Gepland? Zeer zeker. Dus niks krijgen, niks goddelijk geschenk: némen.
En zo hoort het ook. Een kind mag dan een cadeautje zijn, het is een cadeautje waar je een bijzondere verantwoordelijkheid voor draagt. Een kind waarvoor bewust is gekozen, waar de ouders zich op verheugd en voorbereid hebben, heeft onmiskenbaar de best mogelijke start in het leven. Daaraan toegevoegd dat vrouwen met de opmerking: "Kinderen neem je niet, die krijg je" niet alleen hun kind maar ook zichzelf slachtofferen. Het suggereert immers dat het nooit hun eigen keuze is geweest, een kind, maar dat het ze 'overkomen' is. Daarmee ontkennen ze enerzijds hun eigen actieve rol in de creatie van een nieuw leven en schuiven ze anderzijds -afhankelijk van levensovertuiging- de verantwoordelijkheid voor het kind af op of de natuur of God.
Wat ook zo tegenstrijdig is: het zijn doorgaans de meest broedse, moederlijke vrouwen -de vrouwen die er het diepst naar verlangen en het meeste voor over hebben- die geëmotioneerd volharden in hun slachtofferschap. Die een kind kríjgen. Het lijkt er op dat een kind voor een hen het gelegitimeerde excuus is om niet meer te hoeven voldoen aan al die andere sociale verplichten en verwachtingen die als een last op hun vrouwelijke schouders drukken. Ze hoeven geen carrière meer na te streven, want ze zijn moeder. Ze hoeven niet meer slank en strak over de boulevard te flaneren, want ze zijn moeder. En de wereldpolitiek? Ach, als je in die grote onschuldige ogen van dat vrolijke hummeltje kijkt, weet je meteen weer wat ècht belangrijk is.
Vrouwen die zich, tegen beter weten in, blijven verschuilen achter hun 'overkomen' moederschap doen hun kind en zichzelf tekort. In plaats van de heilige maagd Maria uit te hangen en het kind als excuus voor de aftocht uit de maatschappij naar voren te schuiven, moeten vrouwen bewust, zelfverzekerd en trots kiezen voor een kind en daar de verantwoordelijkheid voor nemen -met welke verdere invulling van het moederschap dan ook-. Een kind is, in ieder geval voor iedere Westerse vrouw, een bewuste en veelal zorgvuldig geplande keuze. Een kind neem je. Of niet natuurlijk.